Rotterdam en regiogemeenten lanceren nieuwe aanpak Social Return

Rotterdam en regiogemeenten lanceren nieuwe aanpak Social Return

Meer kans op een opleiding of werk voor mensen die al lang in de bijstand zitten, mensen langer in dienst houden, minder administratieve rompslomp voor werkgevers om hun social return opgave in te vullen en invulling Social return door inkopen bij een sociale onderneming: dat staat onder andere in de vernieuwde aanpak van Social Return die de wethouders Richard Moti (Rotterdam) en Huibert Steen (Hoeksche Waard) woensdag 9 oktober namens de regio Rijnmond presenteerden.

Vernieuwde aanpak

De vernieuwde aanpak sluit beter aan bij de behoeften en wensen van werkzoekenden en werkgevers. Zo krijgen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen op duurzaam werk of op een opleiding. Bedrijven mogen voortaan mensen twee jaar (104 weken) inzetten om aan hun Social return opgave te voldoen, dit was oorspronkelijk een jaar. Dit wordt bovendien aantrekkelijker gemaakt door een langdurig dienstverband te belonen. Ook een opleiding zoals een taaltraining of scholing specifiek voor een sector zoals een VCA diploma of een lascertificaat tellen voortaan mee in het voldoen van de opgave. Dit was eerder niet het geval. Verder wordt de administratieve rompslomp voor bedrijven flink verminderd. Tenslotte kunnen bedrijven voortaan ook een inkooporder plaatsen bij sociaal ondernemers en dit meetellen in de social return opgave. Dit draagt indirect ook bij aan de groei van werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Opdracht aan sociale werkvoorziening en/of sociale ondernemer

Als een opdrachtnemer niet volledig invulling kan geven aan de social return verplichting dan kan opdrachtnemer een inkoopopdracht plaatsen. De inkoopopdracht wordt geplaatst bij een bedrijf voor sociale werkvoorziening of bij een sociaal ondernemer. Om als sociaal ondernemer erkend te worden, moet de onderneming een certificaat PSO 30+ overleggen of een gelijkwaardige accountantsverklaring waaruit blijkt dat minstens 30% van de werknemers mensen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast moet de onderneming kunnen aantonen dat tenminste 50% van de totale inkomsten voortkomt uit de verkoop van producten en diensten.

Deel dit bericht:  
16 oktober 2019

Direct naar: